M [+]31 6 5359 4863

Email: info@rokersbelangen.nl 

rokersbelangen-01.jpg

Regionaal Tuchtcollege Groningen

Postbus 11144

9700 CC Groningen

 

Gouda, 15 april 2014

 

Betreft: klacht  tegen  prof.dr. Gerry Raghoebar, kaakchirurg, verbonden aan UMCG, Hanzeplein 1, 9713 GZ Groningen

 

Aan de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen.

 

Naam                                             : A. Wurtz

Voornaam                                     : Ton

 

dient zijn klacht in tegen de arts:  prof. dr. G.M. Raghoebar, kaakchirurg, verbonden aan het UMCG/faculteit Medische Wetenschappen

 

Naam                                              : prof. dr. G.M. (Gerry) Raghoebar

Praktijkadres                                : Hanzeplein 1, 9713 GZ, Groningen

 

De klager,  A. Wurtz heeft een rechtstreeks belang bij het indienen van de klacht, daar het algemeen belang  van de individuele gezondheidszorg in het geding is.

In diverse publicaties van prof. dr. G.M. Raghoebar in de publieke media, waaronder de Nationale Zorggids van 3 maart jl,  http://www.nationalezorggids.nl/ziekenhuizen/nieuws/19481-arts-umcg-weigert-plaatsen-mondimplantaten-bij-rokers.html , waarin  de betrokken arts/behandelaar aangeeft hij  als behandelaar steeds minder rokers wenst te helpen,  terwijl hij in andere publicaties aangeeft dat juist alles mogelijk is, zie  http://www.gezondheidenco.nl/implantaat-zorgt-voor-einde-brug-en-kunstgebit .

Uit zijn beweringen volgt dat hij als individuele behandelaar op voorhand onderscheid maakt tussen te behandelen patiënten en hun (mogelijke) behandeling.  In die zin discrimineert de betrokken behandelaar, althans maakt hij een onderscheid met directe gevolgen voor (huidige en toekomstige) patiënten, op grond van een persoonlijke waarneming of vooringenomen zienswijze, die te maken heeft met gedrag of leefstijl van de patiënt, waar hij als behandelaar op voorhand niet in mag of kan treden. De betrokken behandelaar treedt in de persoonlijke levenssfeer dan wel in de persoonlijke omstandigheden van de patiënt op basis van een eigen ontwikkelde, persoonlijke, subjectieve zienswijze die een objectief behandelend arts/hulpverlener van zijn statuur niet past.

Een roker en een niet-roker mogen in Nederland dezelfde zorg verwachten, ook al omdat zij, even aangenomen, beide verzekerd zijn van zorg en meebetalen aan de zorg, voortvloeiend uit de solidariteitsgedachte van de financiering van de zorg.

Ik wil hier ook verwijzen naar de Eed van Hippocrates (KNMG en VSNU, 2003), waarin het belang van de patiënt voorop staat en opvattingen van de patiënt geëerbiedigd worden. En waarin beschreven staat dat de betrokken arts de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen zal.

Roken of niet-roken is een persoonlijke keuze van de individuele burger/patiënt, hoezeer het roken door de aard van de grondstof tabak, het een verslavende gewoonte is en/of schadelijke gevolgen heeft voor de roker zelf.

Ervan uitgaand dat de betrokken arts, dr. Raghoebar, de Eed onderschrijft, herkent en deze ooit als arts ondertekend heeft, is zijn opmerking om rokers of rokende patiënten niet meer te helpen of althans liever niet te helpen of althans niet wenst te helpen in schril contrast met de bedoelingen van de eed en de uitvoering van het medisch beroep ten dienste van de individuele burger/patiënt.

De beweringen van de betrokken arts om niet (meer) te willen behandelen komen in een heel vreemd daglicht te staan en dragen zeker niet bij tot een heldere communicatie voor de roker, rokende patiënten of voor rokende patiënten van de betrokken arts. Immers een  goede maatschappelijke communicatie draagt bij tot een optimale beeldvorming, terugslaand op de hele beroepsgroep van artsen in het algemeen en van kaakchirurgen in het bijzonder.

2e tuchtnorm- handelen in het algemeen belang van de individuele gezondheidszorg

Aan uw  Tweede Tuchtnorm, het onjuist optreden in de media en daarmee onrust creëren bij de groep van rokers, is hiermee voldaan.

Dr. Raghoebar, als autoriteit in het medische vak, specifiek als MKA-chirurg en als hoogleraar reconstructieve preprothetische Chirurgie en Implantologie, draagt met zijn persoonlijke en (naar aard en inhoud) discriminerende opmerkingen en publieke berichtgeving bij aan het demoniseren en discrimineren van de (huidige en toekomstige) rokende patiënten.  Ook hier geldt dat zorg voor patiënten een openbaar aanbod in het algemeen zonder beperkingen moet zijn, waarbij in Nederland in feite geldt dat een ieder die verzekerd is en wil meewerken aan zijn behandeling geaccepteerd dient te worden als patiënt.

Als de betrokken arts beperkingen stelt,  kunnen die alleen betrekking hebben op zijn deskundigheid, bijvoorbeeld een keel-neus en oorarts mag een patiënt met orthopedische klachten weigeren. Op voorhand patiënten uitsluitend op grond van risicovol gedrag en of op voorhand selecteren is niet acceptabel.

Ik verwijt de aangeklaagde, kort samengevat, dat met de uitlatingen van de arts en zijn intentie tot niet meer behandelen de gezondheid van (huidige en toekomstige) rokers en rokende patiënten in het geding is en dat er een onwenselijk en maatschappelijk onacceptabel precedent  gecreëerd wordt met  deze publicatie(s)  om rokers te weren van behandeling.

 

Datum 15-4-2014

Naam   Ton Wurtz