M [+]31 6 5359 4863

Email: info@rokersbelangen.nl 

rokersbelangen-05.jpg

Niet inhalerend roken

Roken

Dit kan niet inhalerend en wel inhalerend. Niet inhalerend roken wil zeggen: "Het niet roken over de longen". Hierdoor blijft de rook in de mond of komt hooguit deels in de keelholte terecht. In het algemeen zijn niet inhalerende rokers pijp- en sigarenrokers. Omdat de barriëre tussen lucht (dus ook rook) en bloedvaten in de mond-keelholte zo'n 500x groter is dan in de longblaasjes, is het onwaarschijnlijk dat er bij niet inhalerende rokers componenten van de rook in het bloed terecht zullen komen. Door recent onderzoek is bewezen dat t/m 3 sigaren/pijp per dag de beruchte verbinding van koolmonoxide met de rode bloedkleurstof hemoglobine, bij niet inhalerend roken, vrijwel gelijk aan die van de controle groep niet-rokers. Hetzelfde geldt voor het afbraakproduct van nicotine, het zogenaamde cotinine in het bloed. Wel wordt er onderscheid gemaakt tussen de primaire rokers, dat zijn rokers die nooit geïnhaleerd hebben, en de secundaire rokers, de vaak nog inhalerende ex-sigarettenrokers. Door bewust niet te inhaleren voorkomt u beschadiging van de trilhaarcellen in de bronchiën en zult u niet het "rokersochtendhoestje" krijgen. Ook de longfunctie zou er niet op achteruitgaan bij het niet inhalerend roken. Een werkgroep van het Royal College van de Britse Cardiologenvereniging stelt: Bij niet inhalerend roken is het risico van hart- en vaatziekten weinig hoger dan dat van niet rokers. In 1998 verscheen er een publicatie van een onderzoek over de relatie tussen het aantal gerookte sigaren, wel of niet geïnhaleerd. Bij het onderzoek, dat zeven jaar duurde, waren  2000 patiënten betrokken en 4000 controles (Higgins). Dit onderzoek toonde aan dat tot 5 sigaren per dag niet geïnhaleerd, geen verhoging van de kans op longkanker gaf. Bij wel inhalerend roken steeg het aantal gevallen van longkanker tot # sigaretten hoogte. Uit andere oudere onderzoek gegevens betreffende mond- en keelkanker blijkt dat alle rook (pijp, sigaar, sigaret) even schadelijk is voor de mond-keelholte. De resultaten tonen echter ook aan dat tot 4 sigaren per dag gedoogd kunnen worden. Over al deze onderzoeken bij gezonde mensen kunnen nog wel de nodige vragen gesteld worden. Het maakt echter wel duidelijk dat men niet klakkeloos sigaren zou moeten roken.

Meeroken?

In een meerookstudio vindt men bij echtgenotes, die een heel leven lang meerookten met hun echtgenoot, een nauwelijks aantoonbare verhoging op hart- en vaatziekten. Wat stelt dan een paar uurtjes meeroken van een enkele persoon voor. "Ik krijg er hoofdpijn van!" is een algemene kreet. Hoofdpijn binnenskamers, komt vaak door een te hoog CO2-gehalte. Dit komt voor in ruimten waar veel mensen zijn, immers zij gebruiken veel zuurstof. Door af en toe bij rokende mensen het raam op te zetten, vangt men twee vliegen in één klap.
Bij schade door toxische stoffen gaat het altijd om hoeveelheden. Vooral bij het meeroken wordt helaas vaak zwart/wit gedacht. Een recent rapport van de Gezondheidraad (1990), dat maar liefst  300 onderzoeken weergeeft op het gebied van meeroken, heeft als slotconclusie:
Het wordt niet uitgesloten geacht dat langdurige blootstelling aan omgevingstabaksrook de kans op longkanker bij niet rokers doet toenemen. Dus het gevaar van meeroken is zeer discutabel. Deze mening wordt ook in 1994 nog gedeeld door een vooraanstaande toxioloog in het Nederlands Tijdschrift van geneeskunde.

Literatuurlijst behorend bij deze publicatie
 
Auteur Bron/Tijdschrift Onderwerp
Morselt, A.F.W. Environmental pollutants and diseases 1991 De interpretatie van wetenschappelijke publicaties
Morselt, A.F.W. Literatuuruittreksel 1992 Niet Inhalerend Roken, een weergave van recent onderzoek
Turner, J et al Thorax 41 (1) 25-27 1986 Niet Inhalerend Roken
Sorlie, P. et al Preventatieve Medicine 11 (3), 304-319 1982 Niet Inhalerend Roken
Herling, S. et al Prevent Medicine 17, 73-78 1988 Niet Inhalerend Roken
Mc Nicol, M Lancet (1) 8262, 40-41, 1982 Niet Inhalerend Roken
Kershbaum, A. et al Geriatrics 23(3) 126-134 1968 Niet Inhalerend Roken
Lange, P. et al Thorax 45 (19 22-26 1990 Niet Inhalerend Roken
Joint working party of Royal College of Physicians and British Cardiac Society J. of The Royal College of Physicians 20(3) 214-275 1976 Niet Inhalerend Roken
Kornhuber, H. In Deutsche Hauptstelle gegen Suchtverfahren Rauchenn und Gesundheit. Hamburg Neuland verlagengesellschapf Mbh Niet Inhalerend Roken
Higgins, I et al Prev. Medicine 17, 116-128 1988 Niet Inhalerend Roken
A report of the Surgeon General Smoking and Health Chapter 13 Other forms of tobacco use. 1971 Mond, Keel
Shira, B. J. of Oral Surgery 26 (11), 1 1968 Mond, Keel
Eysenck, H.J. Brit. J. Med. Psychol. 61, 57-75 1988 Stress
Rapport van de Gezondheidsraad Passief Roken 1990 Mee Roken
Helsing, K.J. et al Americ J. Epidemiol 127 (5) 915, 1988 Mee Roken
Wolff, F.A. de Risico van longkanker door passief roken nog onbewezen. Ned. Tijdschrift van Geneeskunde 138, 503-506, 1994 Mee Roken

Literatuuroverzicht over NIET INHALEREND ROKEN EN GEZONDHEID  1990 - 2000

Algemeen

Zie het eerste literatuur overzicht over niet inhalerend roken en meeroken. Niet inhalerend roken wordt over het algemeen uitgevoerd door sigaren- en pijprokers, maar niet altijd. Er zijn grote verschillen in gezondheidsschade tussen niet inhalerend roken en wel inhalerend roken. Het is dus volkomen onterecht om niet inhalerende sigaren- en pijprokers over één kam te scheren met de meeste wel inhalerende sigarettenrokers (m/v). Dit gebeurt b.v. in de belangrijke publieksvoorlichting over roken en gezondheid. Hoewel gezondheid moeilijk definieerbaar is, en in de praktijk moeilijk grijpbaar is, is de enige manier om er grip op te krijgen, wetenschappelijk onderzoek. De interpretatie van die wetenschappelijke publicaties, is natuurlijk enigszins persoonsafhankelijk. Daarom is het belangrijk dat de literatuurlijst vermeld wordt, zodat uitspraken controleerbaar zijn.

Niet inhalerend roken, publicaties 1988-2000 met name sigaren roken.

Ook in de periode 1989 - 2000 worden weer grote verschillen gevonden tussen wel en niet inhalerend roken. Nyboe et al, 1991: Het risico van een eerste hartinfarct is sterk geassocieerd met inhaleren. Prescott et al, 1998: Een studie met 11.000 vrouwen en 13.191 mannen over 12.3 jaar toonden onder meer grote verschillen aan in het verkrijgen van een hartinfarct bij wel of niet inhaleren. De waart et al, 2000: Bloedvatwandverdikking een maat van arteriosclerose geeft grote verschillen te zien tussen wel en niet inhaleren. Lange et al, 1990: Het volume van geforceerd uitgeblazen lucht is sterk verminderd bij inhalerende rokers. Dat van niet inhalerende rokers is gelijk aan dat van niet rokers. Lange et al, 1992: Een grote studie over invloed op longfuncties en totale sterfte over 13 jaar. En weer enorme verschillen tussen wel of niet inhaleren. Ook in een tijdschrift voor verslaving (Kozlowski et al) wordt gepleit, voor minder roken van sigaretten of overgang naar niet inhalerend pijp/ sigarenroken. In dit verband moet zeker niet vergeten worden het belangrijk basisartikel over niet inhalerend roken van Higgins et al, 1998; ook vermeldt in het eerste literatuuroverzicht.

De eerste volledige studie

Recent 1990 - 2000 zijn er enkele grote studies gepubliceerd van een instituut voor Cancer Prevention uiteraard in Amerika. In hun proefopzet wordt nauwelijks tot geen onderscheid gemaakt tussen wel en niet inhalerend roken, maar alleen associaties tussen sigarenroken en overlijden aan diverse ziekten werden onderzocht. Ze beginnen met de vaststelling dat sigarenroken dramatisch toeneemt in Amerika. Dan volgt men 120.000 sigarenrokers gedurende 12 jaar. Dat is natuurlijk een aantal om het rookbeleid een forse dreun mee te geven. Men concludeert zonder duidelijk onderscheid te maken tussen wel en niet inhaleren en aantallen gerookte sigaren dat er een sterke toename is in risico van krijgen van tumoren van long, mondholten, en pancreas bij sigarenrokers. Terloops wordt vermeld dat dit risico sterk verhoogd is bij de inhalerende rokers. Enkele soortgelijke studies Jacobs, 1999 en Irribarren et al, 1999 zullen straks waarschijnlijk de basis vormen om sigarenroken totaal te verbieden. Ook bij deze laatste studies wordt geen onderscheid gemaakt tussen wel en niet inhaleren en het aantal gerookte sigaren per dag wordt niet vermeld. Indien er geen publieksvoorlichting gegeven wordt over niet inhalerend roken, kun je verwachten dat er nog een redelijk aantal inhalerende sigarenrokers zijn, die natuurlijk bijdragen aan voorgenoemde uitkomsten. Er is een studie over sigarenroken en loslaten van tanden (Krall et al). Voor de schadelijke effecten van rook op de mondholte is er geen verschil tussen sigaren- en sigarettenrook. Ook deze studie is weer eens onvolledig omdat er geen onderzoek gedaan is naar aantallen gerookte sigaren. Dat het aantal sigaretten en sigaren cruciaal is wat betreft gezondheidsschade is overduidelijk geworden in de vele studies vermeld in the Report of the Royal College of Physicians 1971. In deze werkelijk enorme samenvatting van honderden publicaties over roken en gezondheid wordt vermeld, dat men er absoluut niet onderuit kan dat de kans op longkanker (kans, dus geen zekerheid), recht evenredig is met het aantal gerookte sigaretten per dag. Het gaat hier om miljoenen inhalerende sigarettenrokers die jaren lang gevolgd zijn. Deze dosiseffect relatie is een hoofdwet uit de toxicologie, dat is de wetenschap die zich bezig houd met de invloed van chemische stoffen op de gezondheid. Niettemin worden in de meeste studies over rookwaren en gezondheid geen rekening gehouden met aantallen, en daarom zijn vele studies onvolledig. Samenvattend kan voorzichtig geconcludeerd worden: Three cigars or less, non inhaled a day, keeps the doctor, the psychiatrist, and the dentist away.

Literatuuroverzicht 1990 - 2000

Auteur Bron/Tijdschrift
Nyboe et al 1191, America Heart Journal 122,2 438-447
Prescott et al 1198, BMJ (Clin. Research et) 316 (7137) 1043-7
De Waart et al 2000, J. Of Clin Epid 53,7 707 -714
Lange et al 1990, Thorax 45 (1) 22-6
Lange et al 1192, Europ Resp. Journal 5, (9) 1111-7
Kozlowski 1989, J. Of Substance Abuse 1 (3) 345-57
Higging et al 1988, Prev. Med., 116-128
Shapiro et al 2000, J. Natl. Cancer Institute 92, (4) 333-337
Jacobs et al 1999, Archiv. Of Internat. Med. 159 (20), 2413-2418
Irribarren et al 1999, New Engl. J. Of Med. 340,23, 1773-1780
Krall et al 1999, J. Of Am. Dent. Assoc. 130,1, 57-64
  1971, Smoking and healt now. A report of the Royal College of Physicians. Publ. by Pitman Med. Sci Publ. Co. London. De Nederlandse bewerking is geschreven door Dr. L. Meinsma Roken en gezondheid nu. Uitg. Strengholt, Naarden 1972
Morselt, A.F.W. 1991, Toxicologie 70,1, 1-131 special isue

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

e-max.it: your social media marketing partner