Door prof. dr. A. (Arie) Dijkstra, Hoogleraar RUG

Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen

 

Het RIVM heeft twee methoden vergeleken om de hoeveelheden teer, nicotine en koolmonoxide (TNCO) in sigarettenrook te bepalen: De oude ISO-methode en de nieuwe Canadian Intense-methode. Bij de ISO-methode inhaleert de rookmachine gedurende 2 seconden, om de 60 seconden, 35 ml rook, terwijl de gaatjes in het filter open zijn. De Canadian Intense machine inhaleert de rook gedurende 2 seconden, om de 30 seconden, 55 ml rook, terwijl de gaatjes dicht zijn. Een menselijke roker lijkt het meest op de Canadian Intense, hoewel de gaatjes vaak niet helemaal worden dichtgehouden. De belangrijkste gegevens van die metingen staan op de RIVM website. Mijn conclusies: De Canadian-Intense laat veel hogere TNCO waarden dan de ISO (2 tot 26 keer zo hoog): Dit betekent niet dat roken nog slechter is dan we dachten: Er sterven in Nederland nog steeds 20.000 mensen aan roken per jaar; of dat nu komt door veel TNCO of weinig TNCO doet er niet toe. Beide methoden laten verschillen tussen sigaretten zien; er zijn sigaretten met meer en met minder TNCO: Als een roker wil blijven roken dan zou hij of zij de sigaret met de minste troep kunnen kiezen, die pik je zo uit de tabel. Bijvoorbeeld, er zijn sigaretten met een teerwaarde van 17 en sigaretten met het dubbele, 34. Het “lichter” roken heeft zin als men het niet compenseert met dieper inhaleren of meer sigaretten roken. Maar volgens het RIVM: “De TNCO waarden geven eerder een indicatie van de hoeveelheid ventilatie in de filters dan van de hoeveelheid schadelijke stoffen die een roker binnen krijgt”. Oftewel, de TNCO waarden van sigaretten is maar 1 factor die bepaald hoeveel TNCO iemand werkelijk binnenkrijgt. Ten eerste wordt een groot deel van de ongezonde stoffen weer uitgeblazen door de roker. Daarnaast zijn van invloed op hoeveel men binnenkrijgt: de hoeveelheid sigaretten, hoeveelheid trekjes, en hoeveel jaren iemand rookt en meer.