De eed van Hippocrates en tabak

 In 1878 werd er in Nederland een artseneed ingevoerd, die was gebaseerd op de eed van Hippocrates. Deze artseneed werd door de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) en de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Universiteiten in Nederland) in 2003 vervangen door een andere eed, welke de toegankelijkheid en beschikbaarheid van de gezondheidszorg verder zou bevorderen. De wetgever heeft daarmee geen enkele bemoeienis. De eed is een getrouwen gelofte en heeft verder geen juridische betekenis. De eed schrijft voor dat patiënten zo goed mogelijk behandeld moeten worden en dat is een inspanningsverplichting van de arts. Dat betekent niet dat artsen als groep andere partijen op basis van een eed anderen voor het gerecht zouden moeten slepen. Als we de consument willen verleiden met onze zogenaamde gezondheidscultus zijn er natuurlijk veel toekomstige rechtszaken door ziekenhuizen te verwachten. In London gaan de artsen zelfs nog een stapje verder en weigeren patiënten omdat zij de aandoening aan zichzelf hebben te danken, want 1 op de 5 Britse artsen helpen patiënten niet die te veel roken, drinken of te zwaar zijn aldus de Sunday Times in een wat ouder artikel. http://www.timesonline.co.uk/ . ( Bron: NU.nl Wetenschap)

Ook lees ik in het artikel , dat artsen op eigen goeddunken patiënten weigeren maar dat er nog steeds een groot verschil is tussen wat je moet doen, wil doen en uiteindelijk doet. Nu staat de medische professie in Nederland redelijk sterk in haar schoenen maar wij moeten ons wel afvragen hoeveel vrijheid de maatschappij hun wil toestaan met het voeren van rechtszaken in verband met onze huidige zogenaamde gezondheidscultus.