Sigaretten zijn niet de meest elegante genotzoekers van deze tijd maar volgens het RIVM zijn onderzoeken nodig om de zogenaamde -ventilatie- kwaliteit van de sigaret te kunnen vaststellen, ondanks de wettelijke normen waaraan het product al aan moet voldoen.

Er is overigens niet 1 product dat door overheden zo sterk wordt gereglementeerd als de hedendaagse sigaret. De discussie die zich nu afspeelt gaat over 2 hypothetische vergelijkingsmethoden, een Canadese en een RIVM methode. Aan de uitslag zijn duidelijke verschillen te zien van het teer en nicotine gebruik. De vraag is natuurlijk of rokers dit allemaal volgen en met spanning zitten te wachten over de gevonden conclusies van het RIVM. Conclusies over meer of minder nicotine , teer en rook zijn blijkbaar niet bijster interessant voor de consument, omdat het roken van sigaretten toch een andere insteek heeft voor de gebruiker. De SRB ziet dat iedere consument een andere emotie ervaart bij het gebruiken van tabak en het begint er nu op te lijken alsof rokers staan te trappelen voor uitslagen van additieven in de sigaret zoals vastgesteld door het RIVM . De vaststelling ervan is natuurlijk voor de roker.

Hieronder tevens de laatst bekende richtlijnen van de EU.

RICHTLIJN 2014/40/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 3 april 2014
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32014L0040&from=NL
https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/tobacco/docs/approved_laboratories_en.pdf
Meetmethoden
1. De emissies van teer, nicotine en koolmonoxide van sigaretten worden gemeten volgens ISO-norm 4387 (teer), ISO-norm 10315 (nicotine) en ISO-norm 8454 (koolmonoxide).
De juistheid van de metingen inzake teer, nicotine en koolmonoxide wordt vastgesteld aan de hand van ISO-norm 8243.
2. De in lid 1 bedoelde metingen worden geverifieerd door laboratoria die zijn erkend door en onder toezicht staan van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
Deze laboratoria mogen niet eigendom zijn of direct of indirect onder zeggenschap staan van de tabaksindustrie.
De lidstaten delen de Commissie een lijst van de erkende laboratoria mee, met vermelding van de voor de erkenning gehanteerde criteria en de voor het toezicht gebruikte methoden, en werken die bij elke wijziging bij. De Commissie maakt deze lijsten van erkende laboratoria openbaar.
3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de methoden voor het meten van de teer-, nicotine- en koolmonoxide-emissies aan te passen, indien dit noodzakelijk is, op grond van de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen of internationaal overeengekomen normen.
4. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de meetmethoden die zij hanteren voor andere emissies van sigaretten dan de in lid 3 bedoelde emissies en voor de emissies van andere tabaksproducten dan sigaretten.
5. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 27 gedelegeerde handelingen vast om de door de partijen bij de FTCT of bij de WGO overeengekomen normen voor meetmethoden in het recht van de Unie op te nemen.
6. De lidstaten kunnen producenten en importeurs van tabaksproductenevenredige vergoedingen in rekening brengen voor de verificatie van de metingen als bedoeld in lid 1 van dit artikel.