Nu is hinder van tabaksrook erg subjectief en bovendien is het een gevaarlijke ontwikkeling dat roken verboden kan worden in je woonhuis. Met artikel 151d uit de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid specifieke gedragsaanwijzingen onder bepaalde voorwaarden toe te passen bij huurwoningen.

Bij huurwoningen moet de verhuurder eerst het nodige doen tegen overlast. Een woningcorporatie kan tenslotte, los van deze wet, via het huurcontract druk uitoefenen op de overlastgever en overgaan tot het opleggen van gedragsaanwijzingen. Dit kan bij koopwoningen niet, want dan is er immers geen verhuurder. Loopt de route via de woningcorporatie stuk, dan is de inzet van artikel 151d Gemeentewet ook mogelijk bij huurwoningen.
Een gemeente is niet verplicht om de beleidsregels op te stellen. Als de gemeenteraad de aanpassing in de APV aanneemt en in de tekst niet is opgenomen dat er beleidsregels komen of zijn, dan hoeft het niet. Hoewel het niet verplicht is, kan het wel raadzaam zijn om voor de burger meer duidelijkheid te scheppen. Op onderdelen kan de raad ook in de verordening al meer duidelijkheid scheppen.
Juridisch moet er echter niet alleen sprake zijn van hinder, maar moet die hinder ook nog eens onrechtmatig zijn om ertegen op te kunnen treden. Dat geldt overigens ook voor rook van andere bronnen dan de sigaret, de pijp of de sigaar.